Een strijdbare intellectueel .
Het uitzonderlijke leven van Hilda Verwey-Jonker
Hilda Verwey-Jonker was de eerste afgestudeerde socioloog in Nederland, ze was lid van de Eerste Kamer en de eerste vrouw in de Sociaal-Economische Raad. Hoe doe je als biograaf recht aan het leven van deze uitzonderlijke vrouw? Door voorbij te gaan aan genderkwesties, of juist door te benadrukken hoe uitzonderlijk dit leven was met het oog op de positie van vrouwen in de jaren vijftig en zestig? Margit van der Steen kiest voor het laatste.
"We vergaderden 2 dagen, opdat een ieder gelegenheid had mij voor te lichten, natuurlijk ging alles anders dan ik me voorgesteld had, maar ’t geheele beeld was volledig. En wij hebben er allen veel aan gehad. De ware kampstemming was aanwezig. Hier werd ook gekampeerd in huis en in ’t hotel… Reuze gezellig en het werd één troep."
Aan het woord is koningin Wilhelmina, in een brief aan
haar dochter Juliana over een bezoek uit het Bevrijde Zuiden aan Engeland
in februari 1945. Hoewel de kampstemming anders doet vermoeden, stond er
een serieuze zaak op de agenda: de situatie in het vaderland. Ook bood het
bezoek een uitgelezen mogelijkheid om op informele wijze de toekomst te verkennen
en potentiële ministerskandidaten
te taxeren. Dit bleef niet zonder resultaat. De ‘heren Zeventien’ zoals
het gezelschap ook wel genoemd werd, leverden vier ministers, onder wie een
minister-president. Tijdens het bezoek is een memorabele foto genomen: zestien
heren en een dame gegroepeerd rond hun vorstin. De dame in kwestie is Hilda
Verwey-Jonker.
Politiek was in de periode dat de foto genomen werd, een vrijwel exclusieve
mannenaangelegenheid. De foto roept dan ook de vraag op wie deze vrouw was,
die zoveel politiek gezag had weten te verwerven dat ze aan de besprekingen
in Engeland deelnam. Haar levensverhaal maakt duidelijk dat Verwey-Jonker (1908–2004)
een speciale plaats inneemt in de Nederlandse geschiedenis van de twintigste
eeuw. Verwey-Jonker was een veelzijdig onderzoeker, denker, publicist en deelnemer
aan maatschappelijke discussies. Deze hoedanigheden combineerde zij met verantwoordelijke
functies in het openbare leven. Bovendien vervulde zij vaak een pioniersrol.
Al in de jaren dertig was zij een van de weinige vrouwelijke sociaal-democraten
die een rol van betekenis speelden in politieke discussies. Ze was de eerste
afgestudeerde socioloog in Nederland, lid van de Eerste Kamer en de eerste
vrouw in de Sociaal-Economische Raad (ser). In de ser vervulde ze een prominente
rol in de periode waarin de verzorgingsstaat tot ontwikkeling kwam. Ze leverde
belangwekkende bijdragen aan de emancipatie van vrouwen en ouderen, schreef
een gezaghebbend proefschrift over armoede en speelde een voortrekkersrol op
het terrein van de vluchtelingen- en migrantenproblematiek. Haar aandacht bleef
daarbij niet beperkt tot Nederland, maar strekte zich uit tot de Verenigde
Naties. Al vroeg onderkende ze de meerwaarde van Europese samenwerking. Als
blijk van erkenning werd deze strijdbare intellectueel een eredoctoraat toegekend.
Na koningin Wilhelmina en Juliana was zij een van de eerste Nederlandse vrouwen
die deze eer te beurt viel. Nog bij leven werd een onderzoeksinstituut naar
haar vernoemd.
Wie naar deze wapenfeiten kijkt moet constateren dat de foto uit 1945 welhaast
exemplarisch genoemd mag worden voor de loopbaan van Verwey-Jonker. Ze was
immers vaak de eerste, de enige of een van de weinige vrouwen in politieke
en bestuurlijke gremia: of het nu de Eindhovense gemeenteraad, de Eerste Kamer,
de ser of de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties betrof. Hierdoor
verkeerde ze decennialang in de directe nabijheid van politieke machtscentra.
Deze pioniersrol spreekt tot de verbeelding en roept vragen op: hoe en waarom
heeft zij deze voortrekkersrol kunnen en willen vervullen? Wat heeft zij bewerkstelligd?
En waarom is ze niet de eerste Nederlandse vrouwelijke minister geworden, maar
bleef ze wel steeds in de directe nabijheid van de macht? Deze kwesties vragen
om nader onderzoek en inspireerden mij om een biografie te schrijven. Dat er
nog weinig wetenschappelijk onderzoek naar haar leven en werk is verricht,
waardoor de beeldvorming sterk bepaald is door haar autobiografie, vormde een
extra motivatie.
Handelingsonbekwaam
In mijn biografie van Verwey-Jonker wil ik niet alleen haar politieke en intellectuele
verdiensten belichten, maar ook aandacht aan haar persoonlijke leven schenken.
Hiermee raak ik aan de recentelijk gevoerde discussie over de vraag hoe persoonlijk
een politieke biografie mag zijn. Deze discussie kwam onder andere aan de
orde tijdens de studiedag ‘Privé in de Politieke Biografie’ die
door het Biografie Instituut en het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke
Partijen op 24 maart 2006 georganiseerd werd. Daarin werd geconstateerd
dat er langzaam maar zeker meer aandacht komt voor het privéleven
in politieke biografieën van mannen. Parallel hieraan speelt de vraag
of we het nu wél of níet als een verworvenheid moeten beschouwen
dat in levensbeschrijvingen van vrouwen het accent doorgaans op het privéleven
ligt. In mijn biografie wil ik laten zien dat aandacht voor het persoonlijke
leven onontbeerlijk is om Verwey-Jonkers rol als pionier in de publieke sfeer
te kunnen begrijpen. Ik noem een voorbeeld. Verwey-Jonker sprak vaak over
haar moeder, drs. M.E. Jonker-Westerveld tijdens de vele interviews die zij
tijdens haar leven gaf. In een gesprek met Hanneke Boonstra in het Groninger
Dagblad van 26 februari 2000 vertelde ze:
Ze [haar moeder, MvdS] had gesolliciteerd als lerares wiskunde aan het gymnasium in Zwolle, voor een paar uur per week. Maar de minister van onderwijs was erop tegen. Een moeder van drie kinderen voor de klas, dat kon niet. Ze accepteerde het niet en vroeg een gesprek met de minister aan. Die zei: maar wat doet u nu ’s middags als uw kinderen uit school komen? ‘Dan kom ik ook uit school, excellentie.’ Ze heeft hem omgepraat. Maar wat mij ontzettend tegen de borst stuitte, was dat ze, toen mijn vader overleed en ze een hele baan wilde om het gezin te onderhouden, meteen werd aangenomen. Al dat eerdere gedoe had er dus niets mee te maken gehad dat ze kinderen had, maar dat een getrouwde vrouw haar man diende te verzorgen. Nu ze een baan moest combineren met het moeder- en vaderschap kon het ineens wel!
Deze ervaringen hebben de basis gelegd voor Verwey-Jonkers
sterk ontwikkelde rechtvaardigheidsgevoel en ze refereerde er dan ook geregeld
aan. Het gegeven dat haar moeder, als weduwe, in staat was in het levensonderhoud
van haar gezin te voorzien én om haar drie kinderen een academische opleiding te laten
genieten, heeft Verwey-Jonker de mogelijkheid gegeven sociologie te gaan studeren,
wat destijds uitzonderlijk was. Deze universitaire opleiding vormde een belangrijke
basis voor haar loopbaan. Toen zij in 1954 lid van de Eerste Kamer werd, was
het dan ook niet verwonderlijk dat zij zich – met succes — sterk
maakte om het arbeidsverbod voor en de handelingsonbekwaamheid van gehuwde
vrouwen op te heffen. Ook in de Sociaal-Economische Raad heeft zij zich ingezet
voor de verbetering van de positie van getrouwde vrouwen op de arbeidersmarkt.
Het verhaal van haar moeder, gevoegd bij haar eigen ervaringen als politiek
actieve en gehuwde vrouw met vier kinderen, maakte haar strijdbaar. Toen zij
in 1945 op zesendertigjarige leeftijd in Engeland de toekomst van het land
besprak, was zij, net als andere getrouwde vrouwen — de koningin incluis — de
jure handelingsonbekwaam. Voor Verwey-Jonker bood de politiek kansen hier verandering
in aan te brengen.
Haar uitzonderlijke publieke rol krijgt via deze inkijk in haar persoonlijke
leven meer diepgang en maakt de verwevenheid tussen persoonlijke geschiedenissen
en publieke gebeurtenissen zichtbaar. De entree van vrouwen in de politieke
openbaarheid zal niet zonder gevolgen blijven. De foto uit 1945 maakt dat letterlijk
zichtbaar.
Literatuur
Cees Fasseur, Wilhelmina. Krijgshaftig in een vormeloze
jas (Amsterdam, Contact 2003 4de druk, oorspronkelijk druk 2001)
Kay Ferres, ‘Gender, Biography, and the Public Sphere’, In: Peter
France, William St Clair (red.), Mapping lives. The Uses of Biography (Oxford,
The British Academy 2004 tweede druk, eerste druk 2002)
Hilda Verwey-Jonker, Er moet een vrouw in. Herinneringen in een kentering van
de tijd (Amsterdam, De Arbeiderspers 1988)
Deze tekst wordt gepubliceerd in het Biografie Bulletin (winter 2006).